Windproject Avelgem – Zwevegem

Voor de bouw van twee windturbines op het grondgebied van Avelgem en Zwevegem in de onmiddellijke buurt van het kanaal wordt samen met Engie en Eneco een omgevingsaanvraag ingediend bij de provincie West-Vlaanderen. Voorafgaand aan deze aanvraag werd een omgevingsonderzoek uitgevoerd door onafhankelijke studiebureaus. Dit onderzoek is intussen afgerond.

Zodra het openbaar onderzoek van start gaat (max. 40 dagen na indienen van de omgevingsaanvraag) kan het dossier ingekeken worden online op het Omgevingsloket en fysiek in het gemeentehuis van Avelgem en Zwevegem.

De bouw van deze twee turbines kan mits goedkeuring in 2024 van start gaan. In dienstneming is in dit scenario ook voorzien voor 2024.

Vragen van de buurt

In het kader van het omgevingsonderzoek peilde Vlaskracht cv in januari 2022 met een online bevraging en tijdens een buurtvergadering op 15 februari naar de vragen die hierover in de buurt leven. Deze vragen werden aan het studiebureau bezorgd waarvan u de antwoorden die we van hen kregen hier kan nalezen.

Investeren

Wanneer de vergunning volgt op de aanvraag, kan de buurt via Vlaskracht mee investeren in een van de windturbines. Vlaskracht zou op die manier voor 20% mede-eigenaar kunnen worden van de Eneco windturbine.

Bij vergunning zal Vlaskracht cv eerst een kapitaaloproep lanceren bij de inwoners van Zwevegem en Avelgem. Als er nadien nog bijkomend kapitaal kan opgehaald worden bij de burger, kunnen de vennoten van Vlaskracht in een tweede ronde ook in dit project investeren.

Blijf verder op de hoogte van dit en andere projecten via onze nieuwsbrief waarvoor je hier kan inschrijven.

Antwoorden op de vragen van de buurt

Toelichting van het studiebureau

Tijdens de expo op 19 en 26 maart in Spirits Vally lichtten Engie en Eneco hun plannen toe en duidde het studiebureau de resultaten van het omgevingsonderzoek. De presentatie van studiebureau vindt u hier terug.

  1. Waarom plaatst men turbines in open landschap waar weinig verbruik is?

De regelgever geeft richtlijnen over waar windturbines wel en niet kunnen. De inplanting van windturbines in agrarisch gebied (volgens het Gewestplan), parallel aan een grootschalige lijninfrastructuur (het kanaal Bossuit-Kortrijk) en in het verlengde van het industriegebied van Moen, past binnen deze richtlijnen. De door de windturbines opgewekte stroom wordt op het publieke elektriciteitsnet geïnjecteerd en kan op die manier verdeeld worden naar verbruikers (gezinnen, bedrijven, etc.). Windturbines moeten dus niet per se bij grootverbruikers geplaatst worden, maar kunnen ook in greenfield opstelling (bijvoorbeeld in landbouwgebied) geëxploiteerd worden.

  1. Kunnen er ijsblokken van de wieken vallen?

Draaiend en bij stilstand. Eneco en Engie hanteren steeds strenge veiligheidsnormen voor het exploiteren van hun windturbines. De windturbines worden uitgerust met systemen, die ervoor zorgen dat de windturbines preventief worden stilgelegd wanneer er kans is op ijsvorming op de wieken. Dit zorgt ervoor dat effectieve ijsvorming tot een minimum herleid wordt. Het is echter nooit uitgesloten dat er zich alsnog ijs vormt (vb aangevroren sneeuw) op de niet-draaiende wieken van de turbine. De wieken van de windturbines kunnen daarom, ingeval van risico op ijsvorming, in vooraf gedefinieerde posities vastgezet worden. Dit zorgt ervoor dat eventuele ijsval binnen gecontroleerde en vooraf gedefinieerde zones kan plaatsvinden.

  • Wat is de impact van infrageluid?

Op onderstaande bron kan meer informatie teruggevonden worden, in het kader van deze vraag. Bron: Provincie Oost-Vlaanderen. (2022, 03 16). Veelgestelde vragen windturbines. Opgehaald van Provincie Oost-Vlaanderen: https://dms.oostvlaanderen.be/download/ab5f5fae-2468-4920-9114- 8233cd945b59/Veelgestelde%20vragen%20windturbines

  • Wat is de impact van slagschaduw op de omringende landbouwgewassen?

Ervaring van Eneco en Engie leert alvast dat hieromtrent nog nooit enige impact werd vastgesteld.

  • Heeft de fundering van windturbines impact op de drainage van het grondwater en de vruchtbaarheid van de landbouwgrond?

Er wordt maximaal gewerkt met waterdoorlatende materialen voor de opbouw van de toegangswegen en permanente werkvlakken. De fundering van de windturbine zelf is opgebouwd uit gewapend beton (beton is een inert materiaal) en heeft een relatief beperkte oppervlakte.

  • Wat is de levensduur van een windturbine?

Er wordt uitgegaan van een minimale levensduur van 20 jaar.

  • Worden gronden aangekocht voor de bouw van windturbines?

Gronden worden doorgaans niet aangekocht voor de ontwikkeling, bouw en exploitatie van windturbines. Het afsluiten van een opstalovereenkomst is de gangbare praktijk. 8. Wat is de impact op de waarde van een woning en gronden in de buurt van een windturbine? Op onderstaande bron kan meer informatie teruggevonden worden, in het kader van deze vraag. Bron: Provincie Oost-Vlaanderen. (2022, 03 16). Veelgestelde vragen windturbines. Opgehaald van Provincie Oost-Vlaanderen: https://dms.oostvlaanderen.be/download/ab5f5fae-2468-4920-9114- 8233cd945b59/Veelgestelde%20vragen%20windturbines

9. Wat is het verschil tussen dit project en het vorige project dat niet werd vergund? De windturbines bevinden zich in deze nieuwe aanvraag veel dichter tegen de grootschalige lijninfrastructuur (Kanaal Bossuit-Kortrijk) en voldoen aldus beter aan het bundelingsprincipe (i.e. het principe dat uitgaat van de aansluiting van windturbines aan een lijninfrastructuur, door ze parallel aan deze structuur in te plannen) en het clusteringsprincipe (i.e. het principe dat uitgaat van het feit dat meerdere windturbines in één project aangevraagd en gebouwd worden. Met dien verstande dat deze windturbines op een zodanige afstand van elkaar worden geplaatst, waardoor ze samen als één project kunnen aanschouwd worden. Ze mogen dus niet te ver uit elkaar worden geplaatst.). In het vorige project (Windlandschap Moen) werden er in totaal 6 windturbines aangevraagd. In dit nieuwe project worden er 2 windturbines aangevraagd. De 2 windturbines uit deze nieuwe aanvraag hebben ongeveer dezelfde dimensies als de 6 windturbines uit de vorige aanvraag. De tiphoogte is identiek, de rotordiameter is wel vergroot. Hierdoor kan er een hoger vermogen aangevraagd worden. Dit levert een energetisch maximaal ingevuld project. Het nastreven van energetische maximalisatie is een vereiste vanuit de vergunningverlenende overheid, zodat de beperkte locaties in Vlaanderen, die in aanmerking komen voor windprojecten, zo optimaal mogelijk worden ingevuld.

10.Verstoort een windturbine het landschap?

In de vergunningsaanvraag wordt een uitgebreide landschapsstudie toegevoegd, die de impact van de windturbines op het landschap beschrijft. Gezien de mogelijke verstoring van windturbines (of enig ander project) door iedere persoon anders wordt ervaren, wordt een landschapsstudie toegevoegd aan deze vergunningsaanvraag. Immers, een landschapsstudie gaat op een objectieve manier na welke mogelijke landschappelijke verstoring er zou optreden. De landschapsstudie is op heden nog niet definitief afgerond, om die reden wordt er verwezen naar de uiteindelijke vergunningsaanvraag voor de volledige conclusie van de studie.

11. Wat is de impact van een windturbine op welzijn en gezondheid?

De bescherming van het leefmilieu is een Vlaamse bevoegdheid. De inhoudelijke milieubepalingen zijn opgenomen in VLAREM II. De doelstelling is het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s door inrichtingen (zoals bijvoorbeeld windturbines). Windturbines dienen te voldoen aan de regels opgelegd door Vlaanderen (VLAREM II). Bron: Vlaamse Milieumaatschappij. (2022, 03 16). VLAREM. Opgehaald van Vlaamse Milieumaatschappij: https://www.vmm.be/wetgeving/vlarem-i

12. Zorgt een windturbine voor geluidshinder?

Hiervoor wordt ook verwezen naar het antwoord dat werd geformuleerd op vraag 11. Volgende regelgeving is opgenomen in de VLAREM II, voor wat betreft windturbinegeluid: (…) “Artikel 5.20.6.4.2. Het specifieke geluid in openlucht wordt, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, in de nabijheid van het dichtstbijzijnde bewoonde gebouw vreemd aan de inrichting of het dichtstbijzijnde woongebied of woonuitbreidingsgebied, per beoordelingsperiode beperkt tot de richtwaarde vermeld in bijlage 5.20.6.1” (…) Deze richtwaarden kunnen hieronder worden teruggevonden: Bron: Vlaanderen. (2022, 03 16). VLAREM II. Opgehaald van Vlaanderen: https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=40985

13.Krijg ik last van slagschaduw?

Hiervoor wordt ook verwezen naar het antwoord dat werd geformuleerd op vraag 11. Volgende regelgeving is opgenomen in VLAREM II: (…) “Artikel 5.20.6.2.1. Als een slagschaduwgevoelig object zich bevindt binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar van de windturbine, wordt de windturbine uitgerust met een automatische stilstand module. (…) Artikel 5.20.6.2.3. Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in industriegebied, met uitzondering van woningen, geldt een maximum van dertig uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag. Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in alle andere gebieden, en voor woningen in industriegebied, geldt een maximum van acht uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag.” (…) Bron: Vlaanderen. (2022, 03 16). VLAREM II. Opgehaald van Vlaanderen: https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=40985 Een slagschaduwmodule maakt het mogelijk om één of meerdere windturbines uit te schakelen op bepaalde tijdstippen om bepaalde receptoren tijdelijk te ontzien van slagschaduw ten gevolge van deze turbines. De module weet op elk moment welke receptor reeds hoeveel slagschaduw ontving, en dat op zowel dag- als jaarbasis. Wanneer die registreert dat de dag- of jaarlimiet is bereikt ter hoogte van een bepaalde receptor, zal hij de gepaste turbine(s) uitschakelen op het moment dat de meteorologische condities zodanig zijn dat ze toch nog extra slagschaduw zouden genereren ter hoogte van die receptor.

14. Wat is de hoogte van de windturbine en wat is hieraan veranderd tegenover de vorige vergunningsaanvraag?

De windturbines in de huidige aanvraag zullen een maximale tiphoogte hebben van 200 meter, boven het maaiveld. De maximale rotordiameter bedraagt 170 meter. Ten opzichte van de vorige aanvraag is er niets veranderd aan de maximale tiphoogte van de machine. De maximale rotordiameter is wel vergroot.

15. Op basis waarvan werden deze locaties, tegenover eerste vergunningsaanvraag, geselecteerd (meer wind, slagschaduw, open landschap, …)?

Op basis van de adviezen, verkregen uit de vorige (geweigerde) omgevingsvergunningsaanvraag, werd er door Eneco en Engie gezocht naar een volledig nieuw project, dat wel kan voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de eerder ontvangen adviesdocumenten. Hierdoor werd een project ontwikkeld, bestaande uit een kleiner aantal windturbines (2 in plaats van 6), met een duidelijkere bundeling (in een lijnopstelling, parallel aan het Kanaal Bossuit-Kortrijk en gebundeld aan de industriezone van Moen) en clustering (2 turbines op ruimtelijk correcte afstand van elkaar geplaatst). 16. Waarom een nieuwe aanvraag indien als bij de vorige aanvraag reeds bleek dat er geen lokaal draagvlak was? Eneco en Engie hebben enorm veel inspanningen gedaan, en zullen zich blijven inzetten om met alle stakeholders in overleg te gaan en zo tot een breed gedragen project te komen. Op vandaag bestaan nog bezorgdheden en vragen vanuit de buurt, die door de ontwikkelaars, in samenwerking met Vlaskracht zullen worden weggenomen/beantwoord.

17.Kan men garanderen dat deze windturbines geen gevaar vormen voor fietsers en voetgangers?

Waardoor dit een impact zou kunnen hebben op de lokale toerisme? De inplanting van windturbines kan een positieve impact hebben op toerisme. Zo worden er bijvoorbeeld fietsroutes georganiseerd langsheen windturbineparken in de provincie Oost-Vlaanderen. Wat betreft de veiligheid, wordt er verwezen naar VLAREM II. Immers, de bescherming van het leefmilieu is een Vlaamse bevoegdheid. De inhoudelijke milieubepalingen zijn opgenomen in VLAREM II. De doelstelling is het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s door inrichtingen (zoals bijvoorbeeld windturbines). Windturbines dienen te voldoen aan de regels (onder meer veiligheidsregels) opgelegd door Vlaanderen (VLAREM II). Bron: Vlaamse Milieumaatschappij. (2022, 03 16). VLAREM. Opgehaald van Vlaamse Milieumaatschappij: https://www.vmm.be/wetgeving/vlarem-i

18. Welke bijkomende werken zullen uitgevoerd worden om de windturbines te connecteren aan het stroomnet?

Wat is de impact hier van? Deze 2 turbines worden op het lokale stroomnet aangesloten. De kabels worden ondergronds aangelegd.

19. Wat zal er met deze windturbines gebeuren moesten de projectontwikkelaars failliet gaan?

In het onwaarschijnlijke geval dat Eneco en/of Engie hun activiteiten dienen stop te zetten, zal een ontbinding plaatsvinden, volgens wettelijk vastgelegde procedures (met eventuele verkoop van assets tot gevolg).

20. Uit welke materialen bestaan deze windturbines en hoe zullen deze gerecycleerd worden op einde levensduur?

Een windturbine wordt opgebouwd uit:

• Torendelen, bestaande uit staal en/of beton;

• Gondel, bestaande uit onder meer de generator, de transformator en de naaf (as);

• Wieken, bestaande uit kunststof;

• Fundering, bestaande uit beton. Er wordt gestreefd om elk van deze onderdelen zoveel mogelijk te recycleren.

• Beton in windturbines bedraagt 60-90% van het totale gewicht en kan gebroken worden om daarna als aggregaat dienst te doen. Het is ook mogelijk om het materiaal te hergebruiken in minder veeleisende toepassingen, zoals een fundering voor wegen.

• De voornaamste metalen in een windturbine zijn staal, aluminium (toren en gondel) en koper. Deze worden verbrijzeld, gesorteerd en gesmolten en later opnieuw gebruikt als grondstof. In Europa is 50% van het gebruikte koper reeds gerecycleerd.

• Zeldzame aardmetalen en oliën komen slechts in kleine hoeveelheden voor in een windturbine. Recyclage van aardmetalen is momenteel niet mogelijk op grote schaal, maar onderzoek is lopende. Deze materialen worden namelijk gebruikt in vele technologische toepassingen.

• De wieken van een windturbine worden samengesteld uit composietvezels en harsen. De technologie om deze vezels te kunnen recycleren is in ontwikkelingsfase, waarbij deze vezels dan zullen dienen voor andere toepassingen bv. geluidsbarrières, isolatie etc. De wieken worden soms ook gerecycleerd tot andere toepassingen zoals fietsstallingen, cementtegels etc. In 2021 werd de eerste volledig recycleerbare wiek ontwikkeld door Siemens Gamesa. Het is de ambitie om tegen 2040 alle windturbines volledig recycleerbaar te maken. Bron: Siemens Gamesa Renewable Energy. (2021). Siemens Gamesa pioneers wind circularity: launch of world’s first recyclable wind turbine blade for commercial use offshore. Opgehaald van https://www.siemensgamesa.com/newsroom/2021/09/launch-world-first-recyclable-windturbine-blade Vlaamse Windenergie Associatie. (2019). Bladen van windturbines worden voetpaden. Opgehaald van https://wind.ode.be/nl/artikel/193/bladen-van-windturbines-worden-voetpaden WindEurope, Cefic, EuCIA. (2020). Accelerating Wind Turbine Blade Circularity. Opgehaald van https://windeurope.org/wp-content/uploads/files/about-wind/reports/WindEuropeAccelerating-wind-turbine-blade-circularity.pdf

21. Welke bijkomende infrastructuur wordt aangelegd bij bouw en uitbating van de windturbine (HS-cabine, toegangsweg, …)? En hoeveel landbouwgrond wordt hiervoor opgeofferd?

Tijdens exploitatieperiode van de windturbines (ongeveer 20 jaar) worden volgende indicatieve oppervlaktes ingenomen per windturbine:

• Ongeveer 490 m² voor de fundering van de windturbine: uitgevoerd in gewapend beton;

• Ongeveer 625 m² voor het werkvlak vlak naast de fundering (voor uitvoer van periodiek onderhoud): uitgevoerd in waterdoorlatende steenslag;

• Ongeveer 300 m² voor de toegangsweg van de openbare weg naar het werkvlak: uitgevoerd in waterdoorlatende steenslag.

• Ongeveer 100 m² voor de aansluitingscabine en transformatorcabine: uitgevoerd in geprefabriceerd beton. Tijdens de bouwfase van de windturbines is er tijdelijk een grotere oppervlakte nodig om de werken op een veilige en efficiënte manier te kunnen uitvoeren. Tijdelijke oppervlaktes worden na uitvoering van de bouwwerkzaamheden verwijderd en hersteld in de oorspronkelijke staat.

22. Welke voorzieningen kunnen de projectontwikkelaars voorzien voor de directe buren om de overlast maximaal te beperken?

Nauw overleg en bereikbaarheid van de exploitanten is de eerste en belangrijkste stap. De ontwikkelaars communiceren vóór de start van de exploitatie van het windpark contactgegevens waarop ze bereikbaar zijn voor eventuele klachten en of ongemakken vanuit de buurt. Immers, hoe sneller de ontwikkelaars (Engie/Eneco) hier kennis van kunnen nemen, hoe beter ze hierop kunnen anticiperen en eventueel samen naar een oplossing kunnen zoeken. Wat betreft eventuele hinder wordt er verwezen naar VLAREM II. Immers, de bescherming van het leefmilieu is een Vlaamse bevoegdheid. De inhoudelijke milieubepalingen zijn opgenomen in VLAREM II. De doelstelling is het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s door inrichtingen (zoals bijvoorbeeld windturbines). Windturbines dienen te voldoen aan de regels opgelegd door Vlaanderen (VLAREM II). Bron: Vlaamse Milieumaatschappij. (2022, 03 16). VLAREM. Opgehaald van Vlaamse Milieumaatschappij: https://www.vmm.be/wetgeving/vlarem-i

23. Wat is de diameter van de rotor en wieken van de windturbine (bestaande turbines in Avelgem hebben een diameter van 85m)?

Maximaal 170 meter rotordiameter. De wieken hebben dus een lengte van maximaal 85 meter.

24. Waarom wordt er gekeken om een zo groot mogelijke windturbine te plaatsen en niet gewoon de middelmaat van wat reeds staat in Vlaanderen?

Wanneer gebieden worden aangesneden voor de ontwikkeling van windenergie is het een vereiste van de vergunningverlenende overheid om deze gebieden zo energetisch maximaal en optimaal mogelijk in te plannen. De technologie van windturbines evolueerde gedurende de afgelopen jaren aan een niet te volgen tempo. Windturbines worden steeds performanter (hogere vermogens, hetgeen hand in hand gaat met grotere wiekdiameters en bijgevolg ook met hogere tiphoogtes). Bovendien faseren de producenten van windturbines geleidelijk de ‘kleinere’ en dus minder performante machines uit. Deze zijn dus niet meer te verkrijgen in de markt. Bovenstaande leidt ertoe dat de keuze moet gemaakt worden voor de meest performante types windturbines, vandaag beschikbaar op de markt en geschikt voor de betreffende locatie. Bovendien heeft de wiekdiameter een invloed op de tussenafstand tussen de verschillende windturbines in een project. Immers naarmate windturbines dichter bij elkaar staan, zullen ze elkaars efficiëntie doen dalen, dit effect wordt versterkt door de grootte van de wiekdiameter. Grotere wiekdiameters leidt dus tot turbines die verder uit elkaar geplaatst worden. Er zullen bijgevolg dus ook minder windturbines (met een hoger totaal geïnstalleerd vermogen) op eenzelfde locatie geplaatst kunnen worden.

25. Waarom ligt de focus van de ontwikkelaars op onshore windenergie en niet meer op offshore?

Zowel Eneco als Engie zijn actief onshore en offshore. Een combinatie van beide zal nodig zijn om de energietransitie succesvol te voltooien.

26. Wat is de procedure vanaf indiening vergunning (wie beslist, waar kan je dossier inkijken, …)?

Na indienen van het dossier op het Omgevingsloket, wordt volgende procedure gevolgd: • Ongeveer 1 maand na indiening dossier: Start openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek kan het dossier ingekeken worden, online op het Omgevingsloket of fysiek bij uw gemeente (Avelgem of Zwevegem); • 150 dagen na indiening: Beslissing vergunning. Aangezien dit een project van 2 windturbines betreft, zal de beslissing voor dit project op provinciaal niveau gebeuren.

27. Hoever moet een windturbine minimaal staan van een huis?

Er worden geen afstandsregels gehanteerd. De locatie van windturbines ten opzichte van woningen wordt onder meer bepaald op basis van de richtlijnen in VLAREM II rond geluid en veiligheid (zie eerder).

28.Volgens de bewoners staat de inplanting van de windturbines terug in agrarisch waardevol gebied.

De ontwikkelaars hebben rekening gehouden dat dit niet zo is en moeten dit kunnen bewijzen op de EXPO. Eneco en Engie kunnen alvast bevestigen dat het project zich volledig in agrarisch gebied bevindt en niet in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.